Nieuwsbrief

Volgens Aristoteles moeten we vaker de tijd nemen om rustig na te denken

16-11-2018

Zonder verzendkosten. Vandaag besteld, morgen in huis.

In het boek Wat zou Aristoteles doen? geeft Edith Hall ons tien praktische adviezen van Aristoteles die ons meer over onszelf en onze beslissingen leren. We handelen in een wereld waarin mensen en zaken met elkaar verbonden zijn, waardoor elke situatie vraagt om een eigen inschatting. Aristoteles geloofde erin dat je jezelf kunt trainen om een goed mens te zijn, waarbij het belangrijk was om je ondeugden te leren kennen en aan je deugden te werken. Halls adviezen zijn praktisch. Ze kunnen ons bijvoorbeeld helpen bij het solliciteren of bij het overwinnen van tegenslagen. (Door Dennis Smits).

Toen Hall in Oxford een essay moest schrijven over Sophocles’ helden, zoals Oedipus en Antigone, kwam ze voor het eerst in aanraking met Aristoteles. Ze was toen twintig jaar en actief op zoek naar een philosophy of life. Waarom ze die zocht? “Omdat ik een religieuze opvoeding heb gehad, waar ik niet zo goed mee om kon gaan.” Ze vervolgt: “Mij werd namelijk verteld dat als ik een braaf meisje was, ik een leven na de dood zou hebben. Ik geloofde niet meer in religieuze wonderen noch in een leven na de dood, en voelde me daarom eigenlijk een beetje bedrogen.”

Toen ze Aristoteles ontdekte kon ze haar ogen niet geloven: “Hij was een rationeel persoon, die praatte over morele oordelen en hoe je morele keuzes moest maken. Ik kan mij nog goed herinneren dat ik voor mijn essay de hele nacht lang zijn Ethica Nicomachea heb bestudeerd. Toen ik afgestuurd was heb ik bijna alles van hem gelezen, denk ik.”

Is dat waarom u het boek heeft opgedragen aan Aristoteles?
“Het boek is aan Aristoteles opgedragen, omdat ik hem wil bedanken. Hij heeft mij als het ware persoonlijk geholpen. Er zijn andere boeken die ik niet zou hebben geschreven zonder mijn man of kinderen, maar zonder Aristoteles zou ik dit boek niet hebben geschreven.”

Beschouwt u Aristoteles als familie?
“Ik zie hem als een vriendelijke oom, als een soort professor-figuur. We weten dat hij er goed uitzag, dat helpt. Ik ben een beetje verliefd op hem geworden en hoe meer ik van hem heb gelezen, hoe leuker ik hem ben gaan vinden. Het is ongelofelijk wat hij in zijn leven op filosofisch gebied allemaal heeft bereikt. Sommige mensen zeggen dat hij geen humor heeft. Maar al is zijn stof soms inderdaad droog, ik heb genoeg van hem gelezen om te kunnen stellen dat er wel degelijk humor in zit. Ik ben een grote bewonderaar van hem.”

De vraag die haar het meest prikkelde was de hoofvraag van de Aristotelische ethiek. Want: als er geen interventionistische god is die ons kan straffen als wij iets fout doen, en als er daarnaast geen leven na de dood is, waar je zou kunnen worden gemarteld – “Waarom zouden we dan goed willen zijn?” Hall vervolgt: “Waarom zouden niet alle morele keuzes die wij maken moeten worden gebaseerd op eigenbelang? Veel mensen doen dat.” Ze verheft haar stem. “Eigenlijk is het een hele goede vraag! Het is namelijk niet zo evident dat je goede keuzes zou maken. Voordat je zulke keuzes kunt maken, moet je eerst argumenten construeren om het principe van ‘goed zijn’ te ondersteunen.”

Wat is de belangrijkste les die u van hem heeft geleerd?
“Dat de mens de fundamentele bouwsteen is van alles. Dat maakt het erg humanistisch: het gaat om mij, als mens. Maar we zijn niet alleen mens, we zijn ook dier. Dat laatste was revolutionair om te zeggen, omdat mensen niet wilden horen dat ze ook dier zijn. Dat is waarschijnlijk ook een reden waarom Darwin zo van hem hield. Aristoteles is vooral geïnteresseerd in wat ons onderscheidt van de dieren. Wat ons uniek maakt als mens: de talenten die wij kunnen aanwenden voor goede en slechte dingen.”

“Het probleem met het christendom is dat het ons vertelt dat lichamen zondig zijn en dat onze lichamelijke driften fout zijn en moeten worden ingehouden. Ik kon nooit accepteren dat mijn lichaam een probleem zou zijn. Het is ook seksistisch, de manier waarop de kerk het vrouwelijke lichaam verafschuwt. Aristoteles zegt dat het fijn is om een lichaam te hebben. Ik wil graag starten met de premisse dat ik een dier ben met een speciale gave. Dit model geeft me in om elke dag voor de spiegel tegen mezelf te zeggen: ‘Ik ben een dier, en het is goed om te verlangen naar mijn man, om lekker te eten en plezier te maken’.”

“Op dat punt verschilt hij ook met Plato. Plato met zijn eeuwige wereld van ideeën veracht het fysieke lichaam. Dat gaat goed samen met het christendom. Aristoteles’ startpunt daarentegen is de gedachte dat het fysieke lichaam geweldig is. Hij laat in het midden of er een god is, maar stelt wel dat er zeker geen bewijs voor is. Hij zegt eigenlijk: laten we niet langer verantwoordelijkheden afschuiven naar onbekende entiteiten. Dat geeft interessante inzichten voor vandaag: het is seculiere ethiek en dat is wat wij nodig hebben in de 21ste eeuw.”

Als u zou moeten kiezen, zou u Aristoteles dan naar de 21ste eeuw halen of zou u liever zelf teruggaan naar zijn tijd?
“Ik zou hem liever naar onze tijd verplaatsen, omdat onze problemen op een bepaalde manier erger zijn dan die van zijn tijd. Veel erger. We hebben intellectuelen nodig, zoals hij, die antwoord kunnen geven op de grote vragen. Ik zou hem, maar ook Karl Marx, graag terug willen halen om te vertellen wat we kunnen doen tegen de overproductie in onze maatschappij. Hoe ontsnappen we aan de eindeloze cyclus van economische groei, die onze wereld vernietigt? Wat doen we tegen overbevolking? Ik zou ook graag willen weten wat hij te zeggen heeft over social media.”

Wat denkt u?
“Ik denk dat hij hetzelfde zou zeggen als over retoriek. Waar Plato zegt dat retoriek vreselijk is, omdat je mensen geen feiten biedt maar een mening probeert aan te praten, zegt Aristoteles dat het alleen maar technieken zijn: technieken die wij voor goede doelen kunnen gebruiken, zoals Martin Luther King, maar ook voor slechte doelen, zoals Adolf Hitler. De retoriek op zich heeft geen morele inhoud: we moeten zelf goed kijken waar ze goed of kwaad doet. Ik denk hier veel over na. Zo heeft het internet mijn lesgeven op vele manieren verbeterd: ik kan snel communiceren met studenten en veel informatie tot mij nemen. Maar het internet heeft het lesgeven ook verslechterd. Zo is bijvoorbeeld het persoonlijke contact achteruitgegaan. Daarnaast zorgt het ervoor dat alles online kan worden bijgehouden. Daardoor wordt er precies gemeten wat je allemaal doet: er ontstaat een meetbare samenleving.”

Wat zou Aristoteles over die meetbaarheid in onze samenleving gedacht hebben?
Ze klopt op tafel om haar woorden en de urgentie ervan kracht bij te zetten. “Hij zou zeker  hebben gedacht dat wij uit het oog hebben verloren wat het doel is van ons onderwijs. Het hoofdstuk ‘Intenties’ in mijn boek gaat hierover. Mensen zijn zo geïnteresseerd geraakt in moderne technieken en wat ze ermee kunnen doen, dat ze vergeten waarom we deze technieken willen gebruiken. Ze leggen de nadruk op vorm in plaats van inhoud en dat betekent dat mensen zich niet langer afvragen waarom ze een boodschap versturen. Ik weet zeker dat Aristoteles zou zeggen dat de moderne techniek veel mogelijkheden heeft om mensen te helpen. Maar net zoals Gorgias retoriek gebruikt om mensen te overtuigen dat zwart wit is, kan ook techniek worden gebruikt met vreselijke intenties. We hebben zo’n soort brein nodig in onze maatschappij, dus ik zou hem zeker naar onze maatschappij toe halen. Elke keer weer!”

In haar boek schrijft Hall ook over haar eigen deugden en ondeugden of, zoals ze het zelf noemt ‘onplezierige eigenschappen’. Voor Aristoteles’ deugdenethiek is het belangrijk om aan te werken aan onze (on)deugden . Hierbij is het van belang om per situatie te kijken wat de beste keuze is, in plaats van vooraf uit te gaan van een bepaald principe.

Zodra ik de woorden ‘onplezierige eigenschappen’ noem, begint ze te lachen. Wat heeft Aristoteles op dit punt voor haar betekend? “Aristoteles heeft mij geholpen veel beter om te gaan met mijn deugden en onplezierige eigenschappen. Bij mij gaat het bijvoorbeeld om roekeloosheid en wraakzucht. Een roekeloos persoon handelt op het moment zelf en houdt van gevaarlijke situaties, waardoor geliefden onnodig worden blootgesteld aan gevaar. Roekeloos – dat ben ik: erg impulsief. Ik zou bijvoorbeeld geen autogordels dragen. Ik heb moeten leren, vooral als ouder, dat ik daar absoluut op moest letten.”

“De andere eigenschap is wraakzucht. Ik houd van wraak en heb dat al mijn hele leven geweten. Wraak op een vrouwelijke manier, dus niet zomaar iemand fysiek terugslaan. Als iemand mij kwaadwillig heeft aangevallen, dan kan ik jaren wachten, vaak ook in het geheim, met mijn wraak. Maar het is complete tijdverspilling, om zo geobsedeerd te zijn door wraak, omdat je dan bezig bent met dingen die er niet toe doen. Door mijzelf tegen wraakzucht te beschermen, had ik meer tijd over voor leuke dingen. Bij deugden en ondeugden is het belangrijk dat je eerlijk bent tegenover jezelf, want als je dat niet bent, werkt deze zelfreflectie niet.

Aristoteles’ deugdenethiek legt veel nadruk op reflectie en zelfreflectie, omdat we moeten reflecteren op onze deugden en ondeugden. Zo kunnen wij leren om goede keuzes te maken die er uiteindelijk voor zorgen dat wij als mens gelukkiger worden. In deze tijd lijkt er alleen steeds minder tijd te zijn voor reflectie. Hoe kan Aristoteles tegenwicht bieden aan onze vluchtige maatschappij?

“Hij zou waarschijnlijk met lede ogen aanzien hoe weinig tijd wij hebben voor reflectie. Het is tegenwoordig moeilijk om alle prikkels uit te schakelen en je helemaal aan het denken over te geven. Ik zelf doe dat bijvoorbeeld tijdens een wandeling of in bad. Ik verbaas me bijvoorbeeld dat mensen zich tijdens een wandeling afsluiten van de wereld door muziek op te zetten. Als je het pad van Aristoteles wilt volgen, dan moet je er tijd aan besteden, omdat het veel denkwerk vereist. Als je niet bereid bent om dat te doen, als je altijd op de automatische piloot leeft, dan zal het niet werken.”

Is dat niet het probleem van onze tijd?
“Inderdaad, dat wij zo weinig tijd besteden aan reflectie en nadenken is een van de grootste problemen van onze tijd, denk ik. We hebben meer reflectie nodig. Dat betekent bijvoorbeeld dat we onze telefoon thuis moeten laten als we onze hond uitlaten. In Aristoteles’ tijd duurde reizen een eeuwigheid. Hij was een peripateticus, een loper, die tijdens zijn wandelingen filosofeerde en reflecteerde op filosofische argumenten en tegenargumenten. Elke keer als hij van het lyceum naar het theater liep was hij veertig minuten onderweg. Er waren geen afleidingen: geen auto’s of muziek. Iemand die nadenkt over de fundamentele bouwstenen van ons menselijk bestaan mag dus niet al te veel worden afgeleid.”

De Nederlandse titel van het boek is ‘Wat zou Aristoteles doen?’. We hebben het nu gehad over wat hij zou doen, maar wat zou hij volgens u niet doen?
Ze laat een bedachtzame pauze vallen. “Wat mij als eerste te binnen schiet… Ik heb hem volledig in het Grieks gelezen, om zo zijn eigen stem te horen. Bij sommige onderwerpen heb ik het gevoel dat hij meer geïrriteerd is dan bij andere onderwerpen. Zo besteedt hij bijvoorbeeld veel tijd aan het onderwerp ‘vrijgevigheid’ tegenover krenterigheid met geld, iets wat hij afkeurt. Zijn nadruk op vrijgevigheid en de grote aandacht die hij eraan schenkt, fascineren me.”

Of hij een kapitalist zou zijn? “Dat weet ik niet, maar wat hij wel zou doen is geld weggeven aan goede doelen. Hij was daar ook erg emotioneel over. Ik weet niet of zijn vader hem weinig geld gaf, of hoeveel geld Philippus II hem heeft gegeven voor de lessen aan zijn zoon Alexander Grote. Wat Aristoteles zegt over onverantwoordelijk met geld omgaan, herken ik; het is bijvoorbeeld niet goed om al je geld weg te geven aan mensen die het niet verdienen. Dit is volgens hem een ondeugd die voortkomt uit een goede wil.”

“Daarnaast had hij een hekel aan overspel en dat is erg ongebruikelijk voor een Griekse man uit de Oudheid. Hij zag namelijk een primaire verbondenheid tussen man en vrouw gefundeerd op vertrouwen. Vertrouwen was de fundamentele bouwsteen van de hele polis. Als je deze steen zou weghalen…” Ze pakt iets wat lijkt op een kaarshouder, om haar punt visueel te illustreren. “…dan zou alles gaan rotten. Hij schreef daar met veel passie over. Het is sociaal onverantwoordelijk om vreemd te gaan met de vrouw van de buurman. Het gaat erom dat er vertrouwen wordt opgebouwd tussen iedereen in de polis: we zijn allemaal verbonden met elkaar.”

Wat staat u tegen aan Aristoteles?
“In zijn werk zijn er een aantal zinnen die mij tegenstaan. Zo zegt hij dat slavernij gelegitimeerd is als het niet om Grieken gaat. Ook zegt hij dat vrouwen niet in staat zijn tot rationele overwegingen. Hij praat zo over vrouwen in de context van zijn politieke overwegingen over wie er mag stemmen en wie niet. Dat is belangrijk, omdat het niet om een algemeen statement gaat. Zo zegt hij bijvoorbeeld nergens dat vrouwen – en ook niet-Grieken – inferieur waren. Hij zegt nergens dat vrouwen niet met respect moeten worden behandeld: hij zegt zelfs dat vrouwen burgers zijn.”

“Was hij dus in die passages over vrouwen en slaven maar wat dapperder geweest. Vaak was hij radicaal, maar weer niet als het gaat om deze twee onderwerpen. Daar heb ik een afkeer van. Hij was zelfs conventioneel: hij beoefende de traditionele ideologie, maar bevraagde die nooit. Omdat hij andere onderwerpen wel radicaal heeft bevraagd, zoals god, het hiernamaals en de wereld van ideeën, was ik een beetje geïrriteerd. Ik zou meer van hem hebben gehouden als hij ook op deze punten kritisch was geweest.”

Wat zou Aristoteles van u kunnen leren?
“Het belangrijkste dat hij van mij zou kunnen leren is dat vrouwen intellectueel gelijk zijn aan mannen. Hij dacht van niet, vooral omdat in zijn zoölogie zag dat bij veel dieren het vrouwtje kleiner en zwakker was dan het mannetje. Dat was niet bij alle diersoorten zo, maar wel bij veel, een daarom heeft hij dat inzicht toegepast op de mens. Als hij in zijn leven ooit een vrouw heeft ontmoet die zijn intellectuele gelijke was, dan heeft hij dat in ieder geval nooit gezegd. Ik geloof dat ik in één dag zijn stelling hierover kan veranderen, omdat hij ervan uitging dat alle hypotheses – op elk gebied: wetenschap, kunst en politiek – vatbaar moeten zijn voor nieuw bewijs. Het was voor hem een absoluut leidend principe dat dingen moeten en kunnen veranderen.”

Aan het einde van het gesprek vertelt Edith Hall gepassioneerd over een reis die ze samen met haar dochter heeft gemaakt. Tijdens deze reis gaat ze op zoek naar de verschillende plekken waar Aristoteles ooit heeft geleefd om hem zo nóg beter te begrijpen. Haar reis brengt haar langs prachtige plekken op verschillende Griekse eilandjes. Die video is hieronder te bekijken.

Wat heeft u tijdens deze reis geleerd?
Ze was onder de indruk van de plekken waar hij heeft geleefd. Lesbos was bijvoorbeeld een openbaring: “het is een mooi eiland met opvallende kenmerken. Zo leefden er ook in Aristoteles’ tijd buitengewone, zeldzame dieren. De manier waarop hij erover schrijft is prachtig. Je merkt dat hij van de natuur houdt. Daarnaast was Stagera ook erg interessant. Dat was een kleine stadstaat waar hij is opgegroeid. Zijn vader was er dokter. Je kon je voorstellen hoe hij daar rondliep als kleine jongen. En de plaats waar hij is gestorven, is aandoenlijk. Toen hij, net als Plato, werd aangeklaagd wegens goddeloosheid, week hij uit naar het landgoed van zijn moeder. Daar zijn nu nog veel standbeelden van hem. Het is een prachtige plek om dood te gaan.”

Bestel nu in onze webshop Boekenwereld.com, zonder verzendkosten. Vandaag besteld, morgen in huis.