Frank Meester over zijn nieuwste boek ‘Ook maar een mens’

Frank Meester laat in zijn nieuwste boek Ook maar een mens zien hoe te antwoorden op alle ellende in de wereld. Hieronder neemt hij u mee in het schrijfproces van zijn boek.

 

Wanneer begon bij u het idee te ontstaan dat we als mens misschien te veel verantwoordelijkheid op ons nemen?

“Dat was 17 september 2019 om 10:46 uur. Ik was mijn bureau aan het opruimen, maar het lukte niet goed. Ik had verschillende categorieen bedacht en vervolgens probeerde ik alle bureauspullen daarin te passen. Maar dat ging net niet. Ik had wat spullen over die in geen enkele categorie pasten, of juist in meerdere. Dat frustreerde me en daarom stopte ik ermee en ging even koffie drinken in het cafe van mijn werkplek. Daar kwam ik een vriend tegen. We raakten aan de praat en voor we het wisten waren we alle wereldproblemen aan het oplossen. Daar waren we nog lang niet mee klaar, toen mijn vriend opeens weg moest. Ik ging maar weer naar boven naar mijn werkplek, verder met mijn bureau. Ik propte alle spullen die nergens in paste achter in het onderste laatje. Toen realiseerde ik me opeens dat als het al niet lukt om een bureau perfect te ordenen, het zeker niet lukt om de wereld te ordenen. Mijn conclusie was dat het nooit lukt om iets helemaal rond te krijgen. We zijn beperkte wezens in een beperkte wereld. Dat stemt nederig. Misschien moeten we niet alle wereldproblemen willen oplossen, maar gewoon proberen het beste te doen in onze eigen kleine wereld.”

 

Wat was tijdens het schrijven van ‘Ook maar een mens’ uw meest verrassende inzicht over de mens?

“Ik dacht altijd al wel dat wij mensen blinde vlekken hebben die wij niet kunnen zien. Zoals een motje dat rond een lamp blijft vliegen en waarschijnlijk niet doorheeft dat het in rondjes vliegt. Ik dacht dat als er een intelligenter wezen zou zijn dan wij, dat dat dan in staat zou zijn om onze blinde vlekken te zien. Misschien een wezen van een andere planeet. En toen bedacht ik me opeens dat daar helemaal geen buitenaards wezen voor nodig is, dat mijn teckel net zo goed blinde vlekken bij mij kan zien. Als ik bijvoorbeeld met haar buiten loop en zij wil in een vies hoekje snuffelen en ik trek haar daar weg. Dan zou zij zoiets kunnen denken als: ‘Heeft deze mens geen neus? Ruikt hij niet dat daar heel interessante informatie is op te snuiven?’ Misschien denkt ze ook wel iets anders, dan kan ook. Ik weet het nooit zeker. Maar goed, dat inzicht dus, dat andere wezens hier op aarde dingen zien die wij niet kunnen en dat zij ons net zo goed observeren en dan blinde vlekken bij ons kunnen zien. Alleen daarom is het denk ik al belangrijk om met andere wezens op te trekken (maar alleen als zij daar ook zin in hebben natuurlijk!).”

 

U noemt de mens een ‘gezelschapsdier’. Wat zegt die typering volgens u over hoe wij onszelf doorgaans zien?

“Dat heeft veel met het voorgaande te maken. Wij zien onszelf als individuen die verheven zijn boven de natuur. Als wezens die los van de rest kunnen staan en de dingen kunnen ordenen. Dat is de illusie. Gezelschapsdier betekent dat we worden gevormd door wat ons omringt: andere mensen, dieren, bacteriën, cultuur, lucht, eten. Alles wat we zijn is een gevolg van wat we hebben ontvangen. Maar dat zeggen we niet graag. Liever zeggen we dat we autonoom zijn, dat we vrije wil hebben, dat we beslissingen kunnen nemen die losstaan van onze omgeving. Dat is de grootheidswaan.”

 

Wat hoopt u dat de lezer meeneemt na het lezen van uw boek?

“Ik denk dat veel mensen depressief worden van het wereldnieuws. Er is een milieucrisis die vraagt om internationale samenwerking. En in de politiek zie je juist de tegenovergestelde beweging: naar nationalisme en fascisme. Dan zijn er mensen die steeds rijker worden en daarmee een enorme invloed en macht krijgen, zonder dat ze democratisch verkozen zijn. Er is dus steeds minder sprake van internationaal recht en steeds meer van het recht van de sterkste. Dan is er ook nog een keer onze telefoon waarop al dat nieuws de hele dag binnenkomt. Vroeger lazen mensen ‘s morgens de krant en ‘s avonds keken ze het journaal. Nu zie je die ellende de hele dag door. Tegelijkertijd heb je het gevoel dat je maar een heel klein schakeltje bent. Wat kun je doen? Trump heeft wel invloed op jou (hij maakt je kwaad) en jij hebt geen invloed op Trump. Je kunt je kop in het zand steken, of vreselijk depressief worden. Ik probeer mensen een tussenweg te geven. Het werk van Donna Haraway heeft me daarbij geholpen. Zij spreekt van response-ability, ik heb dat vertaald als vantwoordelijkheid. Het gaat erom te antwoorden op de vragen die op je af komen. Hoe kun je daarop antwoorden? Niet alles roept jou. Kijk naar de dingen die in jouw kringen van nabijheid belanden, want die kunnen je in beweging brengen, die hebben je iets te zeggen. Jij staat in het centrum van jouw kringen van nabijheid, daar is jouw invloed het grootst. Ik kan niet zeggen wat dat precies is, want iedereen bevindt zich in andere kringen van nabijheid. Ik hoop dus dat mensen de dingen gaan zien waarop ze kunnen antwoorden.”

 

Bent u geïnteresseerd in Ook maar een mens van Frank Meester? Bestel het boek dan hieronder!

 

Ook maar een mens

Een filosofische geruststelling die troost biedt, zonder de ernst van onze tijd te ontkennen.

We voelen ons verantwoordelijk voor alles: klimaat, oorlog, onrecht. Maar kunnen mensen die last wel dragen?

In Ook maar een mens onderzoekt filosoof Frank Meester wat er misgaat wanneer we onszelf overschatten. Met humor en scherpte beschrijft hij de mens als ‘gezelschapsdier’: niet verheven boven de natuur, maar een dier vol tegenstrijdigheden. Door onszelf realistischer te begrijpen, relativeert Meester onze opgeblazen verantwoordelijkheden.

of bestel het e-book.

 

Wil je vaker op de hoogte worden gehouden van interessante boeken, acties en interviews? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief van uitgeverij Ten Have!